In de Arthurromans wordt er regelmatig verwezen naar het mythische eiland “Avalon”. Het zou de plek zijn waar het zwaard van koning Arthur, Excalibur, gesmeed werd en waar Arthur na zijn dood zou begraven liggen. Andere bronnen beweren dan weer dat Arthur nog steeds springlevend is en op het eiland wacht tot de tijd gekomen is om terug naar Europa terug te keren.
Wat er ook van zij, Avalon is de belichaming van een idee dat in heel veel literaire en religieuze werken voorkomt: het is een paradijs waar de strijder, na een leven vol ontbering en uitdagingen, naartoe gaat om rust te vinden. Je vindt er appels die de eeuwige jeugd schenken, gewillige maagden en wijn in overvloed. In ongeveer alle culturen vinden we zo’n plek terug: denk maar aan het Ierse Tír na nÓg (het Land van de Eeuwige Jeugd) of het Land van Melk en Honing in de Bijbel. Sommige schrijvers nemen de naam zelfs letterlijk over. Zo is Avallónë in de mythologie van J.R.R. Tolkien de elfenhaven die het dichtst bij de mensenwereld ligt.
Jammer genoeg is Avalon geen echte plek, maar dat belet de Ridders van het Klaverblad niet om het als een ideaalbeeld voor ogen te houden. We proberen onze wereld zo veel mogelijk op Avalon te doen lijken (behalve de gewillige maagden): een plek waar iedereen in harmonie samenleeft, waar orde en recht heersen.
Als het voorgaande te abstract is, kan je ook altijd inspiratie putten uit je verleden. Denk terug aan een moment waarop je je veilig en geborgen voelde en probeer na te gaan wat er nodig is om dat gevoel terug op te roepen.
Voor mij is Avalon het gevoel van de vrijdagavonden uit mijn kindertijd: dan kwam er spaghetti op tafel, zaten we samen in de keuken (mijn ouders, mijn zus, mijn broer en ik) en vertelden we wat we die dag allemaal hadden meegemaakt. Dat beeld bewaar ik als een soort levend schilderij in mijn hart. In moeilijke tijden hoef ik maar mijn ogen te sluiten om terug twaalf jaar te zijn en aan die tafel te zitten.
Zoek voor jezelf zo’n moment, sluit je ogen en probeer zoveel mogelijk details terug op te roepen (Wat zie je? Wat hoor je? Wat ruik je? Wat voel je?) Wandel rond in je herinnering (denk aan de pensieve van Perkamentus in de Harry Potter-films), kijk goed rond en roep het bijhorende gevoel op. Als je dat regelmatig doet en regelmatig details toevoegt, creëer je misschien wel je eigen Avalon: een plek waar het goed is om te toeven, weg van alle beproevingen die het leven over ons pad uitstrooit.
